Gisteren in DWDD vertelde Arthur Docters van Leeuwen over het ontstaan van zijn boek "Late sprookjes" en ik hoorde hem eigenlijk beschrijven wat ik onder channeling versta. Het was hem ook opgevallen hoezeer dit in onze taal verweven is: je krijgt een idee, het valt je in, je schrijft ineens iets anders op dan je van plan was. Alsof het je overkomt, maar het is niets minder dan dat je je spontaan openstelt voor wat er bij je binnenkomt. Het gebeurt je veelal op momenten dat je geen papier bij je hebt, bijvoorbeeld tijdens een wandeling of hardlopen. "Het is wel belangrijk de invallen op te schrijven, want ideeën zijn ook zo weer weggevlogen", zo vertelt Docters van Leeuwen. "Voor je het weet, is het er niet meer." En zo vertelt hij verder: "Ik had ook helemaal niet op sprookjes gerekend".
Channeling is wellicht een ongebruikelijk woord in onze taal, vooral gebezigd door lichtwerkers. Maar voor mij beschrijft het woord channeling wel hoe Arthur Docters van Leeuwen begon met zijn eerste sprookjesboek. Op een leeg blad papier, bedoeld voor zijn proefschrift, volkomen onverwachts ("ik kon er helemaal niets aan doen") begon hij met de eerste zin "Er was eens..."
Bekijk het hele fragment via http://omroep.vara.nl/media/82346
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen