donderdag 14 mei 2015

Camille (2015)

Toen ze haar laatste ademtocht uitblies, was ze zich geenszins bewust van het feit dat het haar laatste was. Ze bemerkte wel een nieuw gevoel, of liever gezegd dat er een in de loop der jaren zo vertrouwd geworden gevoel verdwenen was. Het stramme gevoel in haar lichaam voelde ze niet meer. Ook de vage zeurende pijn in haar borst, waar ze al dagenlang last van had, was verdwenen. Hoewel ze diep in slaap was gevallen in de voor haar zo vertrouwde fauteuil, was ze ineens klaarwakker en helemaal helder. Het witte licht dat ze zag, kwam haar vaag bekend voor, maar voelde zo vanzelfsprekend, dat ze geen enkele angst voelde. Het licht omringde haar eerder voelbaar dan dat ze het zag. Waren dat engelen? En zag ze nou bekende gezichten van vroeger in dat witte licht?

Toen ze om zich heen keek en haar roerloze lichaam in een schijnbare diepe slaap in de fauteuil zag zitten, besefte ze vervolgens direct dat haar leven erop zat. Ze leek door haar klein huisje te zweven, maar gek genoeg deed ze dat alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Wat voelde zij zich licht en opgelucht. Ze had geen centje pijn gevoeld. Ze keek uit het raam en zag haar tuintje en de stenen.

Och die stenen… Ze zag plotseling veel meer dan de stenen. Wie was die vrouw ook alweer die daar een verhaaltje over had geschreven, al jaren geleden, want dat zag ze ook. De tijd was, nu ze zweefde, echter helemaal weggevallen. Haar beëindigde leven kreeg nog een staartje op die manier. Ineens herkende ze haar weer. Ze woonde in de flat tegenover haar. Die vrouw uit de flat had haar – zonder dat ze dat wist – het stenenvrouwtje genoemd. En soms noemde ze haar Camille. Een mooie naam zo vond ze. Met haar achtergrond als docente Frans en de uitpuilende boekenkasten in haar huisje gevuld met Franse literatuur, paste die naam haar wel. Ze glimlachte toen ze het verhaaltje las. Zij, kunstenaar of architect? Nee. Niet in het leven dat ze zojuist achter had gelaten.

Het was eerder de toewijding die ze al in haar vroege jeugd thuis had meegekregen en in haar jong volwassen leven in het klooster. Het soort toewijding waarmee ze toentertijd de boeken had afgestoft en op rechte lijnen in de boekenkasten had geplaatst. Het strenge regime in het klooster volgend. Het klooster waar contemplatie en dienstbare arbeid dagelijkse realiteit waren.

Met diezelfde voor haar zo vanzelfsprekende toewijding had ze jarenlang de stenen in haar tuintje verplaatst, geordend, weer verplaatst en opnieuw geordend. Net als de boeken vroeger. Al waren de stenen veel zwaarder, maar dat kwam misschien ook doordat met het ouder worden haar spierkracht ongemerkt was afgenomen. Ze had ze altijd met twee handen vast moeten pakken. Met die geduldige bezigheid had ze de lange uren in haar laatste lange jaren weten in te korten. Ook bleef ze op die manier in beweging. Haar huisarts had haar geadviseerd met haar stramme vingers en toenemende stijfheid in haar gewrichten goed te blijven bewegen. Dit was eenvoudigweg háár manier geweest.

Er viel haar nog iets op in haar nieuwe toestand. Ze zag veel meer dan het verhaaltje en die vrouw uit de flat. Ze zag hoe het verhaaltje veel meer iets weergaf van de vrouw zelf dan van haar. Deze vrouw had in 2006 net een ruim atelier gehuurd en was zélf haar kunstenaarschap aan het ontdekken. Een enigszins uit de hand gelopen hobby, hoorde ze haar zeggen. Ze glimlachte toen ze naar de vrouw keek. Deze vrouw zag in iedereen wel een kunstenaar. Ze had in het verhaaltje meer prijsgegeven over zichzelf dan over haar…

Zoals ze in haar jaren als non als mensen haar vroegen naar het bestaan van God, had ze vaak geantwoord: “Wat niet zichtbaar is, betekent niet dat het er niet is”. Aan die wijze woorden moest ze denken toen ze het verhaaltje las. Och, wat herkende ze die menselijke neiging om de leemtes in te vullen met eigen interpretaties. Haar leven was voor deze vrouw een raadsel geweest. Het leven was altijd vol raadsels, maar toch wilden mensen er een ‘kloppend’ verhaal van maken in een niet aflatende ijver alles te willen begrijpen. Wat herkende ze dat toch goed. Had ze dat zelf ook niet gedaan? Allemaal prachtige menselijke pogingen het mysterie van leven te willen doorgronden. Er was zoveel meer dat mensen níet van elkaar zagen dan wel. Maar dat was het spel op aarde.

In haar nieuwe toestand doorzag ze het plotseling allemaal. Zo had haar leven grotendeels in het teken van God gestaan. Dat was háár weg geweest om in het leven het mysterie te begrijpen, te ontdekken, te leven. Haar weg te volgen. Zelfs het begrip God bleek compleet anders te zijn dan wat ze haar leven lang gedacht had. Dat besefte ze ook ineens terwijl ze – als had ze nog een lichaam – verbaasd hoofdschuddend en glimlachend op haar leven terugkeek. De engelen keken ondertussen liefdevol en uitnodigend naar haar, geduldig wachtend tot ze klaar was. Ja, zei ze toen, zielsgelukkig en helemaal klaar om naar Huis te gaan.

Camille...

(column uit 2006)

Mijn overbuurvrouw is een kunstenaar, alleen ze weet het zelf nog niet. Ik zie haar altijd in de weer met bakstenen achter haar bejaardenwoning. Iedere keer als ze haar tuintje inloopt, verlegt ze de stenen en in hoe ze dat doet herken ik een ware kunstenaar. Beetje schuiven, herschikken, en een paar stapjes terug om te kijken naar hoe het wordt. Er is niets anders dan die stenen en haar eigen ordening van dat moment.

Architect of beeldhouwer, daar ben ik nog niet zo uit. Maar ondanks het bouwen zie ik in haar meer een oud geworden Camille Claudel dan een Gaudi. Hoe kom ik daar nu achter, ik wil het weten.

Dus ben ik van plan vannacht naar haar tuintje te sluipen, en er een grote steen neer te zetten. Een paar beitels en een hamer erbij. En dan kijken wat ze morgen doet…

zaterdag 18 januari 2014

Wees als water

Vera, voel je grootsheid vandaag. Je goddelijke grootsheid. Niet die menselijke grootsheid die zich afscheid van de rest of zich beter voelt dan anderen. Jouw grootsheid is eerder als water. Wees als water. Water vult een (ogenschijnlijk) volle fles met zand. Water stroomt overal langs zelfs door onherbergzame gebieden, langs ondoordringbare rotsen met puntige uitsteeksels. Dat water stroomt gewoon in de goede richting en wordt vanzelf een rivier op weg naar de zee. Wees als water, soms als druppel en soms als een kletterende waterval. Ga mee met de stroom, jouw stroom…

(Boodschap van mijn ziel tijdens ochtendmeditatie)

maandag 20 mei 2013

Duizend witte duiven

EenVandaag waarschuwt
voor schokkende beelden

de waarschuwing komt veel te laat
voor de kinderen in deze oorlog

oorlog in Syrië
tekort aan dokters
kinderen in ziekenhuizen
verzorgen gewonden

ik zie een 12-jarige engel
in een veel te grote doktersjas
door “bloed als water” te zien
vindt hij zijn weg

te ver weg om iets te doen

maar dan gaat mijn hart open
duizend witte duiven vliegen uit
naar daar waar ik niet ben.